Gegenwind und erste Bananenernte

Geachte lezers,
das Wetter war mir in der vergangenen Woche wohlgesonnen, auch wenn der Wind ein bisschen kräftiger hätte sein können. Trotzdem schob er mich behutsam, aber gründlich (4,5 Knoten Fahrt …) omhoog naar de Golf van Biskaje en vandaar naar de vliegroute van het Engelse Kanaal. Na tien eenzame dagen op zee heb ik nu elke paar uur een nieuw vrachtschip op mijn radar en moet ik extra opletten.
Helaas is de wind veranderd van zuid naar west naar noord en waait nu vanuit de Ierse Zee mijn kant op. Als ik pech heb, Ik zal helemaal naar Schotland moeten gaan. Dat klinkt niet echt verleidelijk, Omdat een catamaran ongeveer dezelfde draaihoek heeft als een dwarsgetuigd zeilschip...
Allereerst schijn ik nu een aanlegplaats naar de Scilly-eilanden te kunnen creëren. Een prachtige eilandengroep ten westen van Lands End en Cornwall. Helaas ken ik “mooi” alleen van horen zeggen, omdat het op de een of andere manier nooit heeft gewerkt, om daar te stoppen. En ook deze keer heb ik geen tijd. Maar misschien kan ik ten noorden van de Scillys het Kanaal van Bristol invaren en een glimp opvangen. Dan zou het waarschijnlijk lukken om in twee slagen de Ierse Zee te bereiken, Want daar hoort midden in de week een pauze te zijn en de dieseltank zit nog voor de helft vol.
Ik ben nu teruggekeerd naar mijn eenhandige zeilwereld. Helemaal in de groef: Glücklich. Ontspannen. Vervuld. Altijd op de een of andere manier druk. En eigenlijk zou het mij niets kunnen schelen, wanneer ik precies aankom. Als Cati en de bemanning begin volgende week niet aan boord zijn gekomen in Schotland... Ik moet dus een beetje opschieten. Omdat ik waarschijnlijk nog twee dagen nodig heb, om het schip gereed te maken.
Wat, naast de vele schepen hier, voor afwisseling zorgt in het dagelijkse leven aan boord vandaag de dag is mijn eerste bananenoogst. Een week voor vertrek in Ponta Delgada bezochten Cati en ik onze vrienden Volker en Ellen. Ze laten ons hun grote tuin met sinaasappels zien, Koffie planten, Bananen en allerlei ander fruit, die ik eigenlijk alleen ken van de supermarkt, maar zelden heb ik het zien groeien. vraagt ​​Volker: “Wil je wat bananen meenemen?”?'-Maar zeker. En voordat ik het weet, Volker heeft een kapmes in zijn hand en ik sleep een tros bananen van 20 kilo aan boord... “Hey Banana Joe, heb je er zoveel nodig??", vraagt ​​Cati mij. Sinds ik in mijn jeugd alle omvaartboeken heb verslonden en ze keer op keer heb bekeken, hoe ze vóór lange overtochten een hele tros bananen aan de achterstag bonden, was mij duidelijk: Dat wil ik ook doen. Maar die kans deed zich nooit voor. Natuurlijk kun je zelfs in het Caribisch gebied niet langer gemakkelijk hele vaste planten op de markt kopen voor een appel en een koekje. Weg ermee, dat zelfs het fruit op de Caribische markten steeds meer wordt geïmporteerd... En nu DE kans. Een vaste plant, geschenkt. Maar ik moet eerst beseffen hoe ik aan boord kan komen: We hebben niet eens een achterstag! Catamaranstop. Maar de bimini bevat ook de vaste plant.
Alle laatste 10 De vaste plant fladderde dagenlang rond, gewikkeld in een zwarte vuilniszak (zodat ze sneller rijpen...) in de wind verspreidde het keer op keer veel zwarte vezels, koffiekleurige vloeistof en ander vuil in de cockpit. Maar vanaf vandaag maakt ze alles goed: Want de eerste bananen zijn rijp! En ze zijn echt heerlijk. Azoren-Bananen. Compleet anders, dan de dollarbananen uit fondsen- und Südamerika, die we kennen uit de supermarkt. Veel kleiner, dunner. Niet zo perfect gevormd en schoongemaakt, maar zoet als suiker. Ik denk dat ik morgen bananenbrood ga bakken. Niet slechts één. Ik moet op de een of andere manier alle bananen kwijtraken. Omdat ik me daaraan kan aanpassen: Binnen een paar dagen zijn ze allemaal rijp en ik kan ze nauwelijks bijhouden... 😉